Waakzaamapp.nl

Waarom onweer in de zomer feller is

De combinatie warmte & drukgebieden

Advertentie

In de koude wintermaanden komt het eigenlijk maar weinig tot onweersbuien. Heel af en toe komt het eens voor dat er een kans is op een klap onweer. En de kans is nog kleiner dat het dan daadwerkelijk tot bliksem komt, maar het kan wel.

In de zomer is het onweer dat er is echter behoorlijk krachtig. Onweersbuien kunnen behoorlijk fel uitpakken en voor flinke schade zorgen, met helaas soms het betreuren van mensenlevens als gevolg.

Waarom is dit zo? Waarom is onweer in de zomer krachtiger dan in de winter? Het antwoord is logisch – dat heeft allemaal met warmte te maken, en dus met de luchtstromingen die door hoge- en lagedrukgebieden worden opgezet. Maar we kunnen er nog veel meer over vertellen en dat is precies wat we in deze blog gaan doen! 🙂

Advertentie

Schuivende zon

We kennen seizoenen dankzij de scheve stand van de aarde. Die staat namelijk niet helemaal recht, maar is licht gekanteld rondom zijn as.

Tegelijkertijd draait de aarde ook grofweg in één jaar tijd om de zon. Als we dat visualiseren, dan ziet het er zo uit:

Auteur: Tau’olunga / licentie CC0.

Je kunt zien dat dankzij de kanteling van de aarde, op twee van de vier aardbollen de zuidelijke kant van de planeet naar de zon is gericht. In de andere twee gevallen gaat het om de noordelijke kant.

Wij kennen dat effect, zoals we schreven, als seizoenen. In de lente en de zomer in ons land staat de noordkant het dichtst naar de zon gericht. Daardoor duren de nachten relatief kort en zijn de dagen lang.

In de herfst en in de winter is één en ander precies omgekeerd.

De zomermaanden geven dus ook relatief gezien het meeste zonlicht. En waar het meeste zonlicht is, is ook de meeste warmte, want zonnestralen worden namelijk in de atmosfeer en op het aardoppervlak omgezet in warmtestralen.

Advertentie

De posities van hoge- en lagedrukgebieden

Dat er dus in absolute zin meer warmte is, dat is niet zo’n verrassing. Maar wist je ook dat de hoge- en lagedrukgebieden verschuiven met de zon mee?

Als het hier zomer is, dan ligt de gordel met lagedrukgebieden iets ten noorden van de Evenaar. Dat betekent ook dat de hogedrukgebieden en lagedrukgebieden die daarop volgen iets noordelijker komen te liggen.

In de herfst en de winter gelden (uiteraard met de piek rondom de kortste dag) precies de tegenovergestelde bewegingen.

Dat betekent dus dat naarmate de stand van de zon verandert, wij in Nederland met verschillende patronen van hoge- en lagedruk te maken hebben.

En dat heeft uiteraard invloed op het weer en ook op het onweer boven ons land.

Meer onweer in de zomer

Allereerst is er dankzij de vele malen hogere zonuren meer warmte voorradig. Dat is natuurlijk ingrediënt nummer één: dankzij de warmte, en derhalve ook de warmteverschillen tussen verschillende hoogtes in de atmosfeer, is er soms sprake van behoorlijke onstabiliteit, en dat is als het ware een broedvat voor onweersbuien.

Maar de verschillende posities van hoge- en lagedrukgebieden maken het af. In de lentemaanden en in het zomerhalfjaar komt het namelijk regelmatig voor dat er zich eerst een hogedrukgebied opbouwt boven het Europese vasteland. Dit noemen we ook wel een Eurohoog. Het zorgt ervoor dat er een relatief droge zuidoostelijke wind wordt opgezet, die warme lucht naar ons land zuigt.

Maar dat betekent echter nog niet onweer. Een droge zuidoostelijke wind betekent veel zonuren, extreem droog en vaak ook extreem heet weer.

Maar zo’n hogedrukgebied ligt niet stil. Het beweegt wat richting het oosten, soms komt het terug, maar het kan ook wat minder sterk worden.

Advertentie

Extreem heet en broeierig weer

Vaak ligt er dan bij de Britse Eilanden een lagedrukgebied klaar die bij ons voor een bijzondere situatie kan zorgen. De situatie kan soms zodanig bijzonder zijn dat hij Spaanse pluim wordt genoemd, naar de origine van de lucht.

Het lagedrukgebied is namelijk een enorme zuigmotor voor de zuidelijke stroming die al door het hogedrukgebied is opgezet. Er wordt op zo’n dag extreem hete lucht aangevoerd naar ons land.

Met als verschil dat naarmate het lagedrukgebied steeds dichterbij komt, de wind een sterkere westcomponent aanneemt: eerst van zuidoost naar zuid, daarna naar zuidwest. Dat betekent dat de lucht nog wel extreem heet is, maar niet meer droog.

Het wordt op dergelijke dagen extreem broeierig in Nederland.

Convergentielijn

Dat zo’n wind van richting verandert wordt ook wel een windsprong genoemd. Wat er toevallig echter ook vaak voorkomt bij zo’n windsprong is iets dat we in de weerkunde convergentie noemen. De wind komt vanuit verschillende hoeken bij elkaar; dat gebeurt meestal op een lijn, een convergentielijn. Dat betekent dat er op die lijn op dat moment teveel lucht aanwezig is.

Een typische onweersituatie voor in de zomer: een hogedrukgebied boven Europa (net ten noorden van Polen); een lagedrukgebied bij de Britse Eilanden; een windsprong en dus convergentielijn (vlak voor België, de rode lijn) en een aantal koufronten dat daarna volgt. Bron weerkaart: KNMI.

En die lucht kan niet naar links en naar rechts, want daar vindt hetzelfde probleem plaats. Vanuit de rug wordt nieuwe lucht aangevoerd en ook kan de lucht niet voorwaarts. Er zit dus maar één ding op: de lucht moet omhoog.

En je weet natuurlijk nog dat er ook sprake is op dat moment van een uiterst onstabiele atmosfeer: het is extreem warm, het is vochtig, … een perfect broeinest voor onweer.

De stijgende lucht zorgt eerst voor condensatie en stapelwolken die er al gauw heel onrustig uit beginnen te zien en uiteindelijk doorgroeien naar onweersbuien.

Met op dagen met extreem veel onstabiliteit potentieel zwaar onweer als gevolg!

Dergelijke convergentielijnen trekken meestal in de tweede helft van de middag het land binnen. De eerste helft kan ook, maar vaak zien we het onweer toch richting de avond ontstaan en overtrekken.

Advertentie

Thermische lagedrukgebieden en fronten

Zo’n lagedrukgebied gaat meestal ook gepaard met een aantal fronten. Met name koufronten staan er in Nederland om bekend om nadat er reeds een onweersfront is overgetrokken, nog eens voor een nieuwe onweerslijn te zorgen – een aantal uren na het eerste front.

Na de convergentielijn blijven we vaak immers nog wel in de relatief warme lucht zitten, waarin voldoende onstabiliteit is voor nieuwe buien. Op het koufront is er (zie ook het artikel over fronten) sprake van stijgende luchtbewegingen en dus opnieuw onweerskansen.

Na zo’n koufront is het meestal echt gedaan met het slechte weer.

Een andere vorm, die niet tot de fronten of de convergentielijnen kan worden geschaard, is het thermisch lagedrukgebied. Op het moment dat het extreem heet is boven Frankrijk, gebeurt het regelmatig dat er op grote schaal lucht begint te stijgen. Dat betekent dat er onderin de atmosfeer een soort tekort aan lucht onstaat. Dat tekort is amper merkbaar voor mensen, maar is wel duidelijk waar te nemen door een barometer.

Op satellietbeelden ziet het er vaak behoorlijk explosief uit, onweersclusters die ontstaan als gevolg van een thermisch lagedrukgebied. Foto: NOAA (Amerikaanse weerdienst), licentie: publiek domein.

We noemen dit een thermisch lagedrukgebied: een klein lagedrukgebiedje onderin de atmosfeer ontstaan door grootschalige stijgende lucht door warmte.

Juist doordat die lucht op grote schaal stijgt en het extreem warm (en vaak onstabiel) is, vindt er bij thermische lagedrukgebieden ook fel onweer plaats. Omdat zulke lagedrukgebieden meestal in de tweede helft van de middag ontstaan boven het noordwesten van Frankrijk, hebben wij – als het om zo’n laag gaat – meestal laat in de avond te maken met felle onweersbuien.

Advertentie

Kortom

Je weet nu dat warmte de oorzaak is van het fellere onweer in de zomer. Er is immers meer onstabiliteit aanwezig naarmate het warmer is en de bovenluchten even koud zijn.

Maar wat je waarschijnlijk nog niet wist is dat het schuiven van de zon ook betekent dat de drukgebieden meeschuiven. En dat heeft natuurlijk een behoorlijke impact op het weer boven Nederland.

En dus ook op onweersbuien.

Christian Versloot is liefhebber van extreme weersomstandigheden sinds 2004, toen hij 9 jaar oud was. In de loop der tijd is Christians weerkennis flink gegroeid. Graag legt hij weerkundige verschijnselen aan u uit. Dat doet hij onder andere via de Waakzaam-app, op zijn website Bliksemdetectie.nl en als weerman bij de radio. Artikel geschreven op 01/12/2018.

Welke soorten bliksem zijn er?: Niet iedere bliksemflits is hetzelfde
Welke soorten bliksem zijn er?

Niet iedere bliksemflits is hetzelfde

Verder lezen
Over lichtende nachtwolken: Een magisch zomers verschijnsel
Over lichtende nachtwolken

Een magisch zomers verschijnsel

Verder lezen
De weerstations van het KNMI: Over weerstations en waarnemers
De weerstations van het KNMI

Over weerstations en waarnemers

Verder lezen
Waarom onweer in de zomer feller is: De combinatie warmte & drukgebieden
Waarom onweer in de zomer feller is

De combinatie warmte & drukgebieden

Verder lezen